Terug naar overzicht

Dadel (vers)

Gedroogd kennen we ze allemaal. Vers zijn ze net iets minder bekend. Ik heb het over dadels, de vrucht van de dadelpalm. Zacht, kwetsbaar, goudbruin, sappig, met een knapperige beet en intens zoet (denk honing, rietsuikersiroop). Zo zou je verse dadels het best kunnen omschrijven.

Ze zitten vol vitamine C en daardoor bevatten ze erg veel energie. Ook heb je na het eten van dadels snel een voldaan gevoel. Ze bevatten geen vet of cholesterol, maar wel veel vezels.

Van waar komen ze?

Dadels worden al eeuwenlang geteeld en behoren tot de oudste gecultiveerde fruitsoorten ter wereld. De vrucht was al ongeveer 8000 jaar voor onze jaartelling bekend! Waarschijnlijk komen ze oorspronkelijk uit het Midden-Oosten.

Gedroogde dadels zijn een belangrijk voedingsmiddel voor nomaden. Vroeger werd de dadelpalm beschouwd als de “levensboom”. Elk deel van de boom werd gebruikt. De knoppen en de vruchten werden gegeten, of gedroogd en vermalen tot bloem. Met de vezels ging men weven en de dadelpitten werden aan de ezels en kamelen gevoerd. Daarom staan dadels bekend als “het brood van de woestijn”.

Hoe eet je ze?

De steenvruchten – ze hebben immers een pit –  moeten sappig beginnen te worden maar wel nog gaaf en stevig zijn. Dan zijn ze rijp. Onrijpe dadels herken je aan de lichtere, goudbruine kleur. Ook dan kun je ze kopen want ze rijpen prima na op kamertemperatuur. Proeven kan dan ook al, al zijn ze steviger, minder sappig en hebben ze nog niet die honingzoete smaak die ze juist zo lekker maakt.

Verse dadels zijn uiterst geschikt als tussendoortje op het werk omdat je ze lekker met schil kan opeten en ze meteen zorgen voor een energieboost.

Houdbaarheid

Verse dadels zijn enkele dagen te bewaren op kamertemperatuur. Maar wacht zeker niet te lang!

Tevreden fruiteters